Rasinfo

Rasinfo

De geschiedenis van de pomeranian

 

Op een zegel van de stad Amsterdam is een keesachtige hond aan boord van een schip afgebeeld, deze afbeelding moet gemaakt zijn in de middeleeuwen maar in het algemeen zijn oude afbeeldingen van keeshonden schaars. Als dit inderdaad een keeshond is zou het betekenen dat het ras al heel wat jaren bestaat en een omvangrijke geschiedenis heeft. Er zijn weinig afbeeldingen van keeshonden terug te vinden omdat de keeshond in vroegere tijden een lage status hadden. Jachthonden hadden in die tijd een veel grotere status omdat zij door mensen van adelen stand gehouden werden en het is ook om deze rede dat jachthonden vaker werden afgebeeld op voorwerpen en schilderijen. In de 18e eeuw werd de grote kees in Engeland geïntroduceerd als de pomeranian, de naam verwijst naar de streek Pommeren in Duitsland, vanwaar kennelijk honden van dit type geïmporteerd werden. 

 

Keeshonden werden vroeger in Duitsland en Nederland gebruikt als waakhond om terreinen, erven en huizen te beschermen. Soms werden de kezen gebruikt om aan scheepsboorden te waken, daar komt dan ook de naam schippers keesje vandaan. Ze waren doorgaans iets kleiner dan de grote kees die we nu kennen. De eerste standaard keeshonden werden eind 19e eeuw op de eerste hondenshows ingeschreven, en daar geshowd door hun baasjes. Het fokken van de kleinere slag keeshond was al eerder in de 19e eeuw begonnen. De Engelse koningin Victoria importeerde kleine keeshonden uit Italië om hier een kleinere hond uit te fokken met de keeshonden die waren geïmporteerd uit Pommeren. Rond 1900 was de kleine kees enige tijd een modehond, dat ten kosten ging van de keeshond als ras. Mede hierdoor werd in 1924 de Nederlandse Keeshonden Club (NKC) opgericht en werd de modehond vervangen voor echte rashonden en showhonden. Het fokken van deze honden richtte zich nu meer op een goed en correct gebouwde hond, met een even goed karakter.

H.R.M Queen Victoria of England (1819 - 1901)

 

In het jaar 1920 begon men in Engeland ook weer met de grote keeshonden te fokken, waarbij uit Nederland geïmporteerde wolfsgrijze exemplaren een belangrijke rol speelden. Deze is naast de pomerain nog steeds de enige variant die in Engeland en Amerika erkend is. De populaire wolfskees wordt er vaak gezien als een authentiek Nederlands ras, omdat het aan onze honden van toen te danken is dat de honden van nu er in Engeland zo uitzien zoals ze nu zijn. De middenslag keeshond is uit de kleine kees gefokt en werd pas door de FCI erkend in 1970. Vier jaar later volgde de erkenning van de pomeranian, om aansluiting te houden met de in Amerika populaire en steeds verder verdwergende pomeranian. 

 

Tegenwoordig zijn de pomeranian en de wolfskees in behoorlijke aantallen op hondenshows vertegenwoordigd, daarnaast is er nog wel eens een witte standaard keeshond te zien en een enkele kleine of middenslag keeshond in wit of oranje. De overige variëteiten van het ras zijn zeldzame verschijningen. De bruine grote keeshond is waarschijnlijk zo goed als uitgestorven, met de zwarte variatie is het niet veel beter gesteld. Deze dieren staan in Duitsland op een rode lijst van bedreigde huisdiersoorten. Hopelijk zullen we deze honden variaties in de toekomst niet alleen nog op plaatjes of foto`s te zien krijgen maar zullen we er in het echt ook nog van mogen genieten.

 

 

Algemene raskenmerken van de pomeranian 

 

Schofthoogte: 

** Reuen en teven is ongeveer 20 cm met 2 cm speling naar boven en naar beneden. 

 

Gewicht:  

** Het ideale gewicht van een dwergkees is niet meer dan 3,5 kg. 

 

Uiterlijk:  

** Compact, evenwichtig lichaam in een vierkants model, hij moet ongeveer even lang als hoog zijn, met een vrij verend gangwerk.

Vacht:  

** Lange, rechte, afstaande bovenvacht met dikke, korte, wollige ondervacht. De honden hebben een mooie volle kraag en broek. 

 

Kleur:  

** Oranje, crème, sabel, wit, bruin, zwart, wolfsgrauw, en soms bont. 

 

Hoofd:  

** Iets vlakke schedel, met kort, puntig snuitje.

 

Gebit:  

** Schaargebit.

 

Oren:  

** Klein en dicht bij elkaar geplaatst, hoe dichter, hoe beter, driehoekig, hoog aangezet. Ze worden altijd rechtop gedragen en tippen niet aan de punt. Bij de pomeranian wordt het haar om de oren meestal rond geknipt en tegenstelling tot de andere keeshonden zijn deze spits.

 

Ogen:  

** Middelmatig groot, ovaal gevormd en enigszins schuin geplaatst. Altijd donker van kleur.

 

Staart:  

** Overvloedig behaard, deze wordt vlak over rug gekruld gedragen.

 

Benen:  

** Middelmatig lang, in verhouding tot het lichaam. Stevig en goed recht. De achterbenen zijn in het spronggewricht iets gebogen.

 

Voeten:  

** Zo klein mogelijk, rond, met gewelfde tenen, zogenaamde kattenvoeten.

 

 

Exterieur van de pomeranian

 

** Het algemeen voorkomen van een pomeranian.

** De pomerain valt op door hun volle en overvloedige aanwezige vacht. Door de wollige ondervacht van een pomerain gaat de vacht uitstaan. De kraag en de broek van de pomerain vallen het meest op doordat deze voller en langer van structuur zijn. De oren van een pomerain staan dicht bij elkaar boven op het hoofd en geven hem daardoor zijn vrolijk overkomen.

 

 

 

Het hoofd:

** Als je een pomeranian hoofd van bovenaf bekijkt zie je dat hij vanaf de achterkant van het hoofd versmalt, wigvormig, richting de neus van de hond.

** Als je het hoofd van de hond vanaf de zijkant bekijkt zie je dat hij een rond en klein neusje heeft. De neusdop van een pomerain is zwart, op uitzonderingen van de bruine variaties.

** De lippen van de hond zijn strak, geheel zwart en vertonen in de mondhoeken van de hond geen plooien.

** Het gebit van een pomerain is ten alle tijden een schaargebit, dat wil zegen dat het bovengebit van de hond zonder tussenruimte over het ondergebit van de hond scharniert. Een pomerain heeft net als alle andere rassen 42 tanden, 12 snijtanden - 4 hoektanden & 26 kiezen.

** De ogen van een pomeranian zijn middelgroot en zijn amandelvormig. Zij zijn schuin in het hoofd geplaatst en hebben een donkere kleur. De oograndjes zijn bij alle pomeranian zwart, bruin bij de bruine variëteiten.

** De oren zijn klein en staan dicht bij elkaar boven op het hoofd. De oorpunten tippen niet en hebben een stevige punt.

 

 

De hals:

De hals van een pomeranian vertoont geen plooien, en loopt breed uit in de schouders. De weelderige manenachtige vacht geeft hem een leeuwachtig idee.

 

 

Het lichaam:

** De schoft van een pomerain gaat zo vloeiend mogelijk over in een zo kort, recht en stek mogelijke rug. 

** De lendenen zijn kort breed en krachtig.

** Het kruis van een pomerain is kort, breed, sterk en niet afhangend.

** De borst van een pomerain is vrij diep gewelfd. De voorborst is goed ontwikkeld.

** De onderbelijning van een pomerain reikt zo ver mogelijk onder de buik van de hond. Als je hem naakt zou bekijken zou je bijna geen optrekken van de onderbelijning zien.

 

 

De staart:

De staart van een pomerain heeft een hoge staartaanzet. Hij wordt op vak op de rug gedragen en is weelderig behaard.

 

 

De huid:

De huid van een pomerain is strak om het lichaam gespannen. De huid is plooiloos en heeft veel veerkracht.

 

 

 

 

 

Het karakter van de pomeranian 

 

Keeshonden staan bekend om hun eeuwige trouw aan hun baasje. Ze zullen niet snel overlopen en bij een overplaatsing, bij bv. een overlijden van iemand, zal de kees in kwestie nooit meer worden zoals hij was bij zijn vorige baas. Het leuke aan een pomerain is dat hij ondanks zijn grootte voor niets en niemand opzij gaat, en zijn baas in wat voor omstandigheid dan ook zal helpen tot het laatst. Ze zeggen wel eens een pomerain is een pitbull in een klein jasje, nou ik verzeker u dat is het ook. Een pomerain is erg oplettend en zeer slim.  Ze zijn zeer leergierig en door de oplettendheid van de hond zal hij ook dingen makkelijke en snel aanleren. Veel mensen die naar een cursus gaan met hun pomerain slagen dan ook met vlag en wimpel voor hun diploma. Een pomerain is niet een hondje waar je al het grote werk mee kan doen, maar er zijn er die gezellig met hun keesje aan flayball deelnemen. Door de combinatie van oplettendheid en slimheid is de pomeranian een hondje dat makkelijk op te voeden is.

Omdat de keeshond in vroegere tijden als waakhond gefokt is heeft hij nu nog wel eens de neiging om blafferig te zijn, daar staat tegenover dat het een zeer dapper hondje is die voor niets of niemand bang is. De keeshond heeft een consequente maar zachte aanpak nodig, krijgt hij die niet dan zal hij zijn baas keer op keer uit gaan proberen en kijken hoe ver hij kan gaan. Leer de hond al vroeg dat hij een paar keer mag blaffen als er iets aan de hand is maar daarna weer stil moet zijn. Als er visite komt of de deurbel gaat mag hij best blaffen maar als de gasten binnen zijn en eenmaal zitten moeten ze gewoon weer stil zijn. Wees hier consequent in want doe je dat niet dan zal hij binnen de kortste keren hele dagen blaffen.

 

COPYRIGHT 2017 keeshondenkennel van het Lavenlaar